Auteur: Tjalco van Rees Vellinga.
Gepubliceerd: februari 2026.
Post-exertionele malaise (PEM): kernsymptoom van Long COVID
PEM is één van de meest frequente symptomen van Long COVID en komt voor bij ongeveer 80% van de patiënten. PEM wordt gekenmerkt door een vertraagde verergering (of nieuw ontstaan) van symptomen na lichamelijke of mentale inspanning. Deze kan dagen, weken of maanden aanhouden of zelfs leiden tot een permanente verandering in het basisniveau van iemands gezondheid. Omdat PEM zo’n belangrijk symptoom is, adviseren internationale richtlijnen, zoals die van de WHO, om hier altijd eerst op te screenen voordat iemand een revalidatieprogramma start. Bij mensen met PEM worden bijvoorbeeld standaardprogramma’s zoals geleidelijk steeds meer trainen (“graded exercise therapy”) afgeraden.
Hartveranderingen bij Long COVID: meer dan alleen deconditionering
Historisch gezien werd vaak gedacht dat de lichamelijke veranderingen bij Long COVID en ME/CVS (myalgische encefalomyelitis/chronisch vermoeidheidssyndroom) vooral het gevolg zijn van deconditionering: een achteruitgang van de conditie door langdurige inactiviteit. Voor deze verklaring was echter weinig fysiologisch bewijs.
In een verklaring uit 2025 stelde de “American Heart Association” dat hartveranderingen bij Long COVID mogelijk het gevolg zijn van deconditionering. Dit kan misschien gelden voor langdurige ME/CVS, maar de hartafwijkingen die men bij Long COVID-patiënten ziet, kunnen niet uitsluitend worden verklaard door langdurige inactiviteit. Onderzoek toont aan dat er een verscheidenheid aan hartafwijkingen te zien is bij een subgroep Long COVID-patiënten:
- Littekenvorming in de hartspier
- Ontstekingsveranderingen
- Preload-falen: onvoldoende vulling van bloed in de hartkamer in de rustfase, waardoor het hart minder bloed rond kan pompen
Hoewel sommige Long COVID-patiënten een afname in hartvolume laten die kan wijzen op deconditionering, passen bovengenoemde afwijkingen niet bij deconditionering. Deconditionering alléén is dus onvoldoende om alle hartveranderingen bij Long COVID-patiënten te verklaren. Hoe deze hartveranderingen ontstaan is momenteel niet bekend. Mogelijke oorzaken die voorgesteld zijn bijvoorbeeld:
- Mitochondriale disfunctie: problemen met de energiecentrales van cellen
- Endotheelproblemen: schade of verminderde functie van de binnenkant van bloedvaten
- Auto-immuunreacties: het immuunsysteem valt het eigen lichaam aan
Deze processen kunnen ervoor zorgen dat spieren en andere weefsels minder goed zuurstof gebruiken tijdens inspanning. Dat kan bijdragen aan de inspanningsintolerantie en PEM. Of deze cellulaire en moleculaire veranderingen ook in hartspierweefsel worden waargenomen, is nog niet bekend.
Belang van gepersonaliseerde zorg rekening houdend met PEM
Zorgverleners moeten bij patiënten met Long COVID systematisch onderzoeken wat de mogelijke oorzaak van de klachten is en andere aandoeningen uitsluiten. Ook is het belangrijk om vast te stellen of er sprake is van POTS en hoe ernstig de post-exertionele malaise (PEM) is, bijvoorbeeld met DePaul Symptom Questionnaire. Door patiënten in te delen op basis van POTS en PEM kan de behandeling beter worden afgestemd op de patiënt, met bijvoorbeeld ademhalingsoefeningen, activiteiten met lage intensiteit en pacing (zorgvuldig doseren van activiteiten) bij patiënten met PEM.
Langdurige rust kan leiden tot deconditionering, waarbij hart en spieren minder goed gaan functioneren door inactiviteit. Overdag liggen kan worden beperkt door bijvoorbeeld ondersteund te zitten, voorzichtig rechtop te zitten of steunkousen te dragen – als de klachten dat toelaten. Het aanmoedigen van lichte activiteit binnen de persoonlijke belastbaarheidsgrens is belangrijk om verdere achteruitgang te voorkomen. Daarbij is het belangrijk om de grenzen van het lichaam te respecteren, zodat post-exertionele malaise (PEM) niet wordt uitgelokt. Het monitoren van de reactie op activiteiten kan helpen om PEM-episodes te verminderen. Draagbare hartslagmeters kunnen daarbij een praktisch hulpmiddel zijn om het activiteitenniveau te volgen. Zo kunnen patiënten beter binnen hun persoonlijke energiegrenzen blijven en het risico op verergering van PEM verkleinen.
Het opnemen van post-exertionele malaise (PEM) in hartrevalidatieprogramma’s voor Long COVID is essentieel. Zo kan het worden onderscheiden van cardiovasculaire deconditionering en wordt voorkomen dat patiënten onbedoeld schade oplopen door ongeschikte training.
Daarnaast is er behoefte aan medicamenteuze behandelingen die symptomen van PEM en POTS verminderen, zoals low-dose naltrexon (LDN), bètablokkers en pyridostigmine.
Conclusie
PEM en veranderingen in het hart kunnen voorkomen bij mensen met Long COVID, maar deze zijn grotendeels onafhankelijk van conditieverlies van het hart. Daarom is een gepersonaliseerde aanpak nodig bij de behandeling van patiënten met Long COVID en PEM.
Relevantie:
Onderzoekers en zorgverleners moeten zich ervan bewust zijn dat deconditionering niet de (enige) oorzaak is van klachten en symptomen bij Long COVID. De behandeling van conditieverlies verschilt namelijk van de aanpak bij patiënten met post-exertionele malaise (PEM).
Daarom pleit het artikel voor systematische screening op PEM en POTS en voor een herziening van standaard oefenprogramma’s. In plaats daarvan wordt een gepersonaliseerde aanpak aanbevolen, gebaseerd op pacing, monitoring van inspanning en zo nodig medicamenteuze ondersteuning, waarbij de PEM-drempel zorgvuldig wordt vermeden.
Bron: Charlton BT, Janssen K, Systrom DM, Putrino D, Wüst RC. Post-exertional malaise and the myth of cardiac deconditioning: rethinking the pathophysiology of long covid. Br J Sports Med. Published online February 10, 2026. doi:10.1136/bjsports-2025-111387